You are currently browsing the tag archive for the ‘Sydney’ tag.

Dinsdagochtend begon in de motregen. Niet verwonderlijk dus dat ik een paar uur later ontdekte dat ik mijn zonnebril op de camping vergeten was. Maar goed, niets dat een acht-dollar-zonnebril niet kan oplossen dus kon ik ook toen het opklaarde rustig mijn ontdekking van Sydney verder zetten.

Om dat te doen, nam ik dinsdag een hop-on-hop-off-toeristenbus. Mijn eerste stopplaats was King’s Cross. Daar wandelde ik wat rond, stapte toen verder tot aan de Wharf en nam toen weer diezelfde bus. We reden onder andere langs het Opera House en langs veel andere plaatsen waar ik de dag voordien al geweest was, en ter hoogte van Hyde Park stapte ik weer uit.

Niet om naar het park te gaan – daar had ik weinig interesse in – maar omdat ik naar de Art Gallery of New South Wales wilde. Die huist nog tot 13 maart The First Emporor, China’s Entombed Warriors. Als ik mij niet vergis was dit terracotta-leger nog niet zo lang geleden ook in Antwerpen te bekijken, maar toen ben ik daar niet geraakt, en Sydney gaf mij die mogelijkheid dus wel. En wat voor een tentoonstelling het was: ronduit adembenemend! Ik had ten eerste al niet verwacht dat die krijgers zo groot waren, en nog minder dat ze er zó levensecht zouden uitzien! Als je je inbeeldt hoe het er uit zag op de plaats waar ze begraven waren, zo een groot leger … Ik heb niet lang moeten twijfelen en kocht het boek dat bij de tentoonstelling hoorde. Wie tijdens mijn weekje België dus bij mij op bezoek komt, kan dat op mijn salontafel zien liggen en kan zelf oordelen over hoe fantastisch het er wel niet uitziet!

Van aan het museum wandelde ik naar de bushalte. Daar nam ik weer zo’n toeristenbus, maar de deze had een ander circuit. Ze reed naar Bondi Beach en aangrenzende stranden en baaien. Omdat ik nog plannen had, stapte ik nergens uit, maar ik keek wel anderhalf uur mijn ogen uit.

Toen ik terug op de vertrekplaats aankwam moest ik een kwartiertje wachten en toen kon ik weer de eerste bus op. Die reed verder de stad door, onder andere richting Darling Harbour en dus ook richting mijn laatste stop van de dag: het aquarium. En ik was er nog niet lang binnen of mijn dag was helemaal goed: ze hadden daar twee doejongs! Dat zijn lamantijnen, maar dan een beetje anders. Om niet te zeggen dat ik er gewoon lamantijn tegen zeg, maar volgens Wikipedia zit er een verschil in de vorm van de staart. Nu goed, doejongs dus. Voor mij zowat de mooiste waterdieren ooit. Zeemeerminnen uit een andere tijd, zachtaardige planteneters, … ik heb ze altijd al intrigerend gevonden.

Ik ben niet zo’n watermens. Ik heb niet, zoals veel mensen, de droom van tussen dolfijnen te zwemmen. Ik wil niet in een kooi neergelaten worden midden in een groep haaien. Maar als u ooit eens ergens een vrijwilligersvakantie met doejongs of lamantijnen tegenkomt, aarzel dan niet mij te verwittigen, want daarop zou ik maar al te graag ingaan. Ik was dan ook blij als een kind toen ik merkte dat er op het jasje dat ik achteraf in het winkeltje kocht een doejong staat! Ik maakte trouwens ook nog een paar filmpjes van die twee beestjes, maar het filmpje zal wegens redenen van laat en moe voor een andere keer zijn, ik moet het namelijk nog monteren. In afwachting: toch ook maar een foto van een haai:

Onnodig te zeggen dat ik lang in het aquarium ben blijven hangen. En toen was het al laat …

…en wandelde ik naar de bushalte… om de bus van acht uur net te zien wegrijden en te zien dat de volgende pas om negen uur zou komen. Bovendien reed die bus weliswaar tot aan de straat van onze camping, maar draaide ze een paar kilometer te vroeg af. Om de wachttijd op te vullen, besloot ik al avondeten te gaan eten. Recht tegenover de bushalte was een KFC. Handig, dacht ik, maar oh mijn God, wat een slech idee! Ik ben niet principieel tegen fastfood en ik vind dat het echt lekker kan zijn om op tijd en stond eens vettig te eten, maar dit was gewoon vies! Dit eten was zo vet dat er zelfs geen smaak meer aan zat! Als ik u één tip mag geven: ga nooit eten bij de KFC.

Maar goed, slecht eten of niet, het werd vijf voor negen dus ik kon op de bus. De vriendelijke chauffeur vond dat ik niet zo ver hoefde te stappen en dus zette hij mij na zijn ronde netjes voor de poort van de camping af. Daar is trouwens wel een bushalte, alleen stopte zijn bus daar eigenlijk niet. Maar zo strikt zijn ze daar blijkbaar niet in, hier. Maandagavond ging het net zo. En toen mocht ik ook nog eens aan halve prijs mee, want “jij ziet er uit als een student, dus jij moet maar voor een student betalen.” En daar zeg ik geen neen tegen!

Na Cape Leeuwin in West-Australië, moest ik aan de andere kant toch ook wel aan het meest oostelijke puntje gestaan hebben.  En zo kwam het dat wij zaterdagochtend naar de vuurtoren in Byron Bay reden. De zon scheen, de zee en de lucht waren blauw en de vuurtoren was weliswaar minder impressionant als die aan Leeuwin, maar hij stak toch mooi af zo tegen die blauwe lucht.

Daarna heeft Kirsten voor het eerst gereden, tot in het centrum, en daar hebben we sushi gegeten. Toen we weer aan de auto kwamen, bleek dat we een boete hadden wegens te lang ononderbroken parkeren. Anderhalf uur met name, en blijkbaar mag dat

daar niet zo lang. ‘t Was anders niet echt ergens te zien dat dat niet mocht.

En toen reden we weer naar het zuiden, met een tussentop aan een camping die aan het strand lag (Scotts Head, voor diegenen die erg geïnteresseerd zijn) en zo kwamen we zondagnamiddag aan op de camping in de buurt van Sydney. Daar heb ik de namiddag en avond vooral doorgebracht met plannen, want wat ik allemaal wilde zien in Sydney was eigenlijk nog een heel groot vraagteken.

Maandag was dan de eerste Sydney-dag. Drie kwartier met de bus van aan de camping. Toen we de brug – dé brug – over reden en ik zag het water en de skyline, kon ik niet anders denken dan: “Mja, het is toch New York niet.” Dat gevoel ebde wel weg toen ik door het centrum aan het lopen was. Er waren leuke oude gebouwen tussen blinkende wolkenkrabbers, winkels, musea, water, … allemaal leuk, maar niet New York.

Niet dat ik mij niet amuseerde hoor, verre van. Zo ging ik naar het Museum of Contemporary Art, waar een tijdelijke expositie liep van Annie Leibovitz. Zeer zeer mooi, ook wel zeer druk bevolkt. Ik nam mij weer voor van als ik terug in België ben minstens twee keer per jaar een tentoonstelling te bezoeken – voor het werk wordt niet meegerekend – maar u weet hoe het gaat met goede voornemens…

Verder wordt de kans groter dat ik nog een doos op de boot naar België moet zetten. Een doos met boeken, deze keer. Ik heb in een boekhandel deel vier en vijf van de Malloreon van Eddings gevonden – johee – en dan ook nog een trilogie waarvan ik vroeger (lang geleden, toen ik nog voornamelijk in het Nederlands las) deel één en twee heb gelezen maar nooit aan deel drie ben toegekomen en uiteindelijk niet meer wist hoe de reeks, noch de auteur heetten. En in Sydney zag ik ze staan, herkende de cover, kreeg bevestiging na het lezen van de achterflap en kon niet weerstaan. Het volume van mijn bagage neemt schrikbarende afmetingen aan. Maar dat is vooral een zorg voor over een paar weken.


De dag was vrij kort, want rond vier uur zat ik weer op de bus richting camping. Daar maakten Kirsten en ik ons klaar, we reden met Mya naar het treinstation hier in de buurt en dan namen we de trein weer naar het centrum, om van onze halte te voet naar het Opera House te gaan. Ik had nog nooit een opera gezien en vond dit de ideale gelegenheid om daar verandering in te brengen. Opera van dienst was “The Barber of Seville” ofte “De barbier van Sevilla”. Ondanks anderhalf uur op voorhand vertrokken – met de auto naar het station en van daaruit verder met de trein, en het laatste stukje te voet – waren we een beetje te laat, maar veel hadden we nog niet gemist.

Ik ken nog altijd niks van opera, maar ik kan wel zeggen dat die artiesten verdorie échte artiesten zijn! Natuurlijk was de

zang goed, maar ook de timing zat perfect, de decors waren mooi en ik was jaloers op bijna iedereen in het orkest. Verder had ik gedacht redelijk ‘underdressed’ te zijn met mijn eenvoudig jurkje, maar er was – ruwe schatting – minder dan tien procent van de aanwezigen in het lang en hoewel de meeste kleedjes wel iets stijlvoller waren, kon ik er nog best mee door. Toen we buiten gingen liepen voor ons trouwens vier Oostenrijkers. Twee meisjes in traditionele klederdracht met vlechten in hun haar, en twee jongens, ook in traditionele klederdracht. Dat wilt zeggen een wit hemd, zo’n vestje erover en in het geval van één van die twee… lederhosen. Neen ik lach er niet mee, het was echt zo.

(Sydney deel II: morgen op deze blog!)

Geef uw e-mailadres in om een abonnement te nemen op deze blog. U krijgt dan automatisch een melding in uw mailbox bij elke nieuwe blogpost.

Join 407 other followers

Kwamen hier al langs:

  • 22,199 mede-ontdekkers

Flickr Photos

Roemenië 1188 (Large)

More Photos
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 407 other followers