You are currently browsing the tag archive for the ‘Santiago do Cacém’ tag.

Gedaan met luilekkeren, vanaf vandaag is het weer werken geblazen, en dat voor een goeie twee weken! Vanochtend om tien na acht stond ik al bij de garage in Grândola. Xico wist gelukkig waarvoor ik kwam dus sleutels afgeven en op naar koffie en gebak: joepie!

Een uurtje later was de bus klaar en kon ik door naar mijn volgende bestemming: Santiago. Daar moest ik op de markt olijven gaan kopen. Twee straten verder geparkeerd wegens in de buurt alles vol, maar op de markt zelf ging het vlot. Het dametje aan het groentenkraam kent mij intussen al (en ik ben waarschijnlijk ook de enige klant die olijven per emmer komt kopen in plaats van per kilo).

Mijn laatste stop op weg naar de stal was de winkel van Senhor Antonio, voor houtskool en wijn. De brave man was er zelf niet, maar zijn vrouw kon mij ook wel helpen. Een zak houtskool, geen probleem, wacht hier even. Ze wandelde naar het café naast de winkel, en viste daar een jongeman op: “hier, zet die zak houtskool eens in de auto.” Dat had ik nu zelf eigenlijk ook wel gekund, maar goed.

Nog vier kartonnen wijn en klaar. Ik zei nog: “Miguel betaalt de volgende keer”, maar dat is blijkbaar een vanzelfsprekendheid. Makkelijk. Nu hopen dat hij het niet vergeet.

Dan terug naar de stal, uitladen, hotskool in kleinere stukken rammen (dat zijn echt blokken, waarmee je dus geen vuur kunt aankrijgen), omkleden en paardrijtijd. Casto moest ik werken, zij Wladimir, en dat deed ik met plezier. Hij zal nooit erg vooruit worden, maar goed is hij in elk geval. Braaf, met een natuurlijk mooie kromming in zijn nek, die hij nog wat verder opricht als je hem van achteruit kunt drijven. Mooi mooi.

Na de middagpauze met zalige siësta van anderhalf uur, zadelde ik Casto’s één jaar oudere broer op: Baú. Hij ging goed, mooi rond, attent op de hulpen en toen ik gedaan had met rijden had hij nog al zijn hoefijzers. Wat niet zo uitzonderlijk zou mogen zijn, ware het niet dat ik hem al twee keer een ijzer heb laten aftrappen bij het rijden. Hij stapt superver over en als ik hem dan een seconde niet goed verzamel, is het prijs. Maar deze keer lukte het dus wel.

En toen passeerden nog Santo en Cigano de revue en de middag was om. Paardjes weer naar de wei, Liesbetje onder de douche en toen ik de computer aanzette, had ik al een mail van Miguel met de lijst van de paardjes die de komende week moeten werken. Daar zal ik dus morgen mee aan de slag gaan: zadels en hoofdstellen klaarmaken, nog enkele paardjes traienen en allemaal (of toch minstens alle witte) een wasbeurt geven. Kunnen ze zondag mooi proper naar Moinho Velho om daar in het zand te gaan rollen. En zich mentaal voor te bereiden op het strand van maandagochtend, want dan vertrekken we voor twee weken Alentejo Coast trail.

Van de eerste dag kreeg u al uitgebreid verslag, dus kan ik over de rest van de week wel wat sneller gaan. Dinsdag heb ik viskes gebakken. Ik denk zeewolf, maar we kwamen er vertalingsgewijs niet helemaal uit. De pick nick was aan de oever van een stuwmeer, lekker in het zonnetje. Eén amazone is zelfs gaan zwemmen! Normaal gezien is dinsdagvoormiddag de rit erg kort en heb ik dus maar weinig tijd om alles voor te bereiden, maar één amazone kuste de grond en dat zorgde voor oponthoud, dus alles was op tijd klaar!

Woensdagvoormiddag was het dolfijnen kijken en deze keer heb ik ze ook effectief gezien. Mooi! Deze kolonie dolfijnen is één van de slechts drie in Europa die heel het jaar door op één plaats leven. Het zijn er een twintigtal en ze zwommen lustig heen en weer. Veel andere actie was er niet, daarvoor moeten we naar’t schijnt wachten tot de zomer als ze kleintjes willen maken. Dan neem ik zeker mijn camera mee!

De picknick was thuis, in Santiago, waar Wladimir de tafels en stoelen al had klaargezet en het vuur had opgestookt zodat ik meteen kon beginnen bakken. Bifana’s, een soort dun varkenslapje dat ik de avond voordien was gaan kopen en waarvan ik het vet al had afgesneden. Als het vlees (of de vis) te vet is, druppelt dat in de barbecue en krijg je de ene steekvlam na de andere. Niet praktisch.

Maandag had ik trouwens de gasten begeleid bij het diner, woensdag aten ze in hun hotel in Santo André en had ik een avondje vrij. Donderdagochtend vertrokken ze dan in Santo André voor een lus en een strandrit, met picknick in de buurt van een lagune en ook niet zo ver van het strand. Ik bakte dorade, iedereen was loom en lui, de middagpauze duurde tot vier uur en het was dus al vrij laat toen ik mij in zeven haasten onder de douche gooide in Ortiga, om ‘s avonds met de hele groep speenvarken te gaan eten.

Vrijdag ging het dan van Santo André naar Santa Margarida da Serra, met picknick in Vale Figueira. Dat is een sprookjesachtige picknickplaats, met een heel grote boom waaronder ik de tafels kan zetten, een blik op de zee in de verte en hoog groen gras met gele bloemetjes. Als dat beschikbaar is, eten we hier kalkoenspiesjes, maar deze keer waren ze er niet dus werden het lamskoteletjes. Van verschillende vorm en dikte dus echt moeilijk om te maken, maar het is me toch maar weer gelukt, ha!

Zaterdag, laatste dag, was er weer een rit in lus-vorm, van en naar Santa Margarida da Serra dus.  Ik had een assistente deze keer. De Duitse amazone die dinsdag gevallen was, had tengevolge daarvan een blauwe plek ontwikkeld op haar linkerbil. Die werd elke dag maar groter en groter en had tegen zaterdagochtend ook nog eens een uitstulping, dus besloot het meisje maar niet meer te rijden. Wij dus met zijn tweetjes naar Penha, waar we – wegens vier handen – vroeg klaar waren met het opstellen van alles. Ik bakte nog eens bifana’s (die zijn er altijd twee keer) en zo slaagde ik voor mijn eerste barbecue-week. Niks aangebakken, geen bushfire veroorzaakt en geen enkele vis die bij het omdraaien door het bakroostertje is geslipt. Bravo voor mezelf!

Zaterdagnamiddag is het verder vooral haast en spoed. De ruiters komen aan in Santa Margarida en meteen gaan zes paarden op de vrachtwagen naar huis. De vijf andere binden we vast aan een touw dat ik heb opgehangen en dan breng ik de gasten naar het hotel. Daarna rijd ik terug naar Santa Margarida, help Miguel de andere vijf paarden te laden en dan rijden we allemaal naar Ortiga. Daar moet ik snel douchen om dan naar Miguel thuis te rijden waar hij dan kan douchen en ik mij kan opmaken en mijn nagels kan proberen schoon te krijgen met behulp van een borsteltje en een badje met bleekwater – ik kan u zeggen dat de combinatie van paarden en houtskool hel is voor de handjes.

Dan is het nog eens eettijd, voor het afscheidsmaal en rond middernacht zaterdag kon ik mijn bedje in. Niet voor heel lang, want zondagochtend moet de groep natuurlijk naar de luchthaven. Deze keer had ik niemand om te volgen, maar ik deed het feilloos. Iedereen was op tijd, iedereen was blij, ik kreeg bedankjes en een pak chocolade (Zwitserse gasten stellen zelden teleur) en daarmee kon ik weer naar Ortiga. Taak voor zondagnamiddag: zadels poetsen.

Het weer was goed, mijn wifi werkt nog altijd en mijn ipod ook, dus zette ik mij op de binnenkoer onder mijn raam. Sporza radio op de ipod, Nick Nuyens die de koers wint en mijn namiddag was goed.

En vandaag? Vandaag had ik vrij. Ik heb geslapen, de bus naar de garage gebracht voor de broodnodige herstellingen, lekkers van de pasteleria in Santiago gesnoept, straffe koffie gedronken, mijn internetaansluiting betaald, een bikini gekocht, in de zon gezeten en een boek gelezen en meer geslapen. Morgen heb ik ook vrij. Ze voorspellen 27 graden. Ik voorspel voor mezelf een bustochtje naar Sines: beetje rondkijken en beetje strand liggen. Een échte vrije dag.

Dindag stond ik “met de vroege”. John zou mij namelijk op zijn laatste volledige dag hier alle picknickplaatsen laten zien van de Lusitano’s Kingdom. Dat is een trail in het binnenland, in de buurt van de Spaanse grens. Meer dan twee uur rijden, dus vertrokken we hier om iets voor zeven ‘s morgens.

Het binnenland is echt enorm mooi. Oude kloosters, ruïnes en dat allemaal in zo’n zacht glooiend groen landschap. Over enkele weken komen de bloesems en bloemen en dan krijgt elk veld een andere kleur. Het wordt dan met andere woorden nog veel mooier.

De picknickplaatsen zijn wel niet allemaal even makkelijk te vinden. Ik moet ervoor door kreekjes, prikkeldraadhekken open en dicht doen en op hobbelige zandwegen rijden. Eén picknikplaats ligt in een grote wei met schapen, die nogal veel schrik hebben dus dat valt mee. Een andere ligt in een wei met nieuwsgierige koeien. Hoe ik dat in de praktijk ga doen, zullen we over een paar weken zien.

In totaal zijn er vier trails in het binnenland. Twee rug-aan-rug, dan een week rust voor de paarden en dan weer twee. In die rustweek voor de paarden blijf ik daar, zodat ik hen in de gaten kan houden en de twee jonge beestjes kan bijvoeren. Ik krijg er ook een paar dagen vrij om daar de streek te gaan verkennen én er is een zwembad. En hopelijk veel zon. Komt met andere woorden allemaal goed.

Gisteren had ik dan mijn eerste vrije dag. Niet echt helemaal vrij, want ‘s morgens bracht ik John tot bij Miguel (die hem dan naar de bus in Beja bracht om van daar naar Faro te rijden, waar hij het vliegtuig nam) en daarna bracht ik de bus naar de garage, waar de expert van de verzekeringen de schade kwam opmeten. Mijn fiets zat achterin, dus ik kon meteen het centrum van Santiago in.

Eerste fijne ontdekking aldaar: op de toeristische dienst werkt een Vlaamse. Ik kon dus meteen al mijn vragen in het Nederlands stellen en ik weet nu waar ik terecht kan als ik weer eens niet weet waar ik terecht moet… als u begrijpt wat ik bedoel! Gewapend met een stadsplannetje, wandelde ik naar het kasteel. Een oud moors fort is dat, dat vooral een heel mooi uitzicht geeft over de omgeving. De binnenkant doet tegenwoordig dienst als begraafplaats.

Omdat ik toch al in Santiago was, kwam Miguel ook naar daar om met mij naar de administratieve diensten te gaan. Daar moesten ze voor mij één of ander belastingnummer aanmaken, dat dan later zou dienen om mijn sociale zekerheid in orde te maken. Of zoiets. Exact weet ik het niet, maar het komt erop neer dat ik binnenkort ‘in regel’ ben met alles zodat ik ook officieel hier kan werken.

Omdat het toen toch middag was, trakteerde Miguel mij op lunch in het restuarant waar ik nu maandag en dinsdag met de gasten  naartoe moet. Lekker lam, lekkere chocolade mousse toe en lekkere koffie. De kleine sterke koffies met relatief veel suiker zijn hier echt fantastisch. Ik had er in de loop van de ochtend al twee binnen gespeeld, telkens met een lekker gebakje erbij. Mijn koffieconsumptie is exponentieel gestegen sinds ik hier ben aangekomen!

Na de middag stapte ik weer op de fiets, en ging ik naar Miróbriga, de Romeinse ruïnes hier in de buurt. Voor een schamele drie euro hebt u toegang tot het museumpje, een expositie over het belang van de ruïnes doorheen de geschiedenis en de behoudswerken én natuurlijk tot de ruïnes zelf. Niet erg groot, maar best leuk.

En toen bolde ik op mijn gemakje weer richting Ford-garage, een rit die grotendeels bergaf ging. Oef! Ik maakte nog een tussenstop bij AgriCenter om het rattenvergif dat we eerder deze week gekocht hadden om te ruilen. Ik kreeg het de jongeman aan de kassa zelfs uitgelegd, maar halfweg schakelde hij over in Engels, dat was inderdaad iets gemakkelijker.

Dan binnen bij de garage, fiets in het busje en ik weer naar de boerderij om de avond ‘in ledigheid’ door te brengen. Net als de dag vandaag, eigenlijk. Ik heb namelijk vandaag ook vrij en heb het grootste deel van de voormiddag geslapen. Daarna wat nota’s gemaakt over de trails en een beetje Portugees gestudeerd, en intussen schijnt het zonnetje. Misschien moet ik maar weer eens op de fiets stappen! Ik moet toch nog naar de supermarkt voor kaas voor de gasten volgende week…

Geef uw e-mailadres in om een abonnement te nemen op deze blog. U krijgt dan automatisch een melding in uw mailbox bij elke nieuwe blogpost.

Join 407 other followers

Kwamen hier al langs:

  • 22,199 mede-ontdekkers

Flickr Photos

Roemenië 1188 (Large)

More Photos
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 407 other followers