You are currently browsing the tag archive for the ‘kat’ tag.
Zoals u weet, hadden we heel even een stalkat. Na haar vroegtijdige exit was er van Poes voor enkele dagen geen spoor meer, tot er eergisteravond laat plots gemiauw opsteeg vanuit de binnenkoer. Ik was blijkbaar niet de enige die dat had gehoord, want Wladimir liep naar beneden, ging kijken, zag niks, zette voor de zekerheid toch maar de deur van de stal op een kier en ging toen weer slapen.
Gisterochtend was ik van dienst, en toen ik in de stal kwam, hoorde ik weer datzelfde gemiauw, alleen kon ik niet echt zien van waar het kwam. Na enig gespeur bleek het uit een gootje te komen dat naar buiten leidt en blijkbaar de in- en uitgang is van – jawel – Poes. Ze zat druk te miauwen – u zou voor minder, na twee dagen ontbering – en was dus ook redelijk makkelijk tot bij het potje eten te lokken, voor de gelegenheid geposteerd midden tussen mijzelve en de schuilplaats van Poes.
Eens ze de associatie mens-eten had gemaakt, bleek ze zelfs nog redelijk aanhankelijk. Strelen kan, en als ik ze oppak begint ze te ronken. Schattig! Nu niet dat ik daar zo vaak de kans voor krijg. Gisterennamiddag was ze weer verdwenen om pas vanochtend weer boven water te komen (het eten was wel op, dus ze moet ergens in de nacht in de stal geweest zijn).
En zelfs diegenen onder u die niet van katten houden (ja moeder, ik kijk naar u) moeten toegeven dat het echt wel een beautéke is!
Terug een stalkat dus, en die zou niet lang alleen blijven, want Miguel had intussen al twee katerkittens ‘besteld’ – in de veronderstelling natuurlijk dat Poes weg was om nooit meer terug te keren. Geen nood, gezelschap voor Poes kan geen kwaad.
Maar dat het gezelschap zo snel zou komen als het deed, neen, dat was niet gepland. Toen ik vanochtend de paarden in de grote wei ging water geven, klonk er plots gemiauw naast mij. “Poes is ver afgedwaald”, dacht ik, toen ik een rosse staart zag bovenkomen, met daaraan een ros lijf dat zich tegen mijn benen vlijde. “Oh, de bosbewerkers hebben ook een kat”, dacht ik, want die mannen hebben hun huisje naast onze wei. De kat leek alleen niet zo blij met de regeling, want hij huppelde mij lustig achterna toen ik weer naar huis ging. Bovenaan de trappen verdween hij even, en toen ik enkele minuten later en voorzien van een goeie laag zonnecrème in de stal kwam, zat hij rustig het ontbijt van Poes naar binnen te werken.
Ik geef het toe, heel veel moeite heb ik niet gedaan, maar ik heb Rosse toch lichtjes terug in de richting van zijn eerdere thuis gestuurd. Kwestie van er niet van beschuldigd te worden dat ik de houtbewerkers hun kat ontvoerd heb. Maar Rosse vind het hier best wel prettig. Hij heeft hier eten, heel veel aandacht – hij is van het knuffelige soort – en een liefje! Want nadat Poes zich bij de eerste kennismaking onder de vrachtwagen verschool om er de eerste halve dag niet onderuit te komen, hebben ze elkaar nu toch gevonden en werd er gefikfakt tot en met. De slechte foto hieronder dient als bewijsmateriaal, en meteen krijgt u er ook een mooi beeldeke van Rosse bij.
Verder heb ik de afgelopen dagen nog eens wat gereden. Meer nog, ik heb zelfs les gekregen van Miguel! Daarvoor moest ik hier nog maar vier en een halve maand werken, weet u.
Gisterochtend reed ik eerst met Omisio (breed! maar wel fijn) en daarna met Casto. Het was toen ik daarmee bezig was dat Miguel arriveerde en mij wat kwam helpen. Fijn, zo’n dressuurles! Ik zat bij momenten echt te grijnzen, en het ging dan nog niet altijd goed. We gingen terug naar de basisprincipes van de dressuur – voorwaarts, recht en cadans – en ik leerde voltes rijden zonder iets te doen met mijn binnenteugel. We werkten ook aan het aanspringen in galop en de vierjarige knapperd en ik waren op het einde moe maar voldaan. “Deze namiddag rijd je die andere jonge,” zei Miguel.
Die andere jonge is Clarim en die is een pak meer vooruit en een pak nerveuzer dan Casto. “Met meer peper”, zoals ze dat dan zeggen. Enorm moeilijk in het begin – en ik moet toegeven dat Miguel er ook even heeft opgezeten om te voelen en om hem juist te zetten – maar op het einde ging het goed. Echt goed. Zelfs in de galop en zelfs aan de moeilijke kant. En het zag er naar het schijnt ook erg mooi uit. Dat het paard enorm mooi is helpt natuurlijk, maar toch, ik was blij.
Ik probeerde dezelfde principes toe te passen toen ik nadien nog Santo reed, en ook vandaag bij Nikita, Pirata (“hij is te veel open, nog meer insluiten”, riep Miguel in die twee minuten dat hij hier was) en Mistral. Ik ga nu echt vooruit, ik leer iets en de stijve buikspieren neem ik er met plezier bij. Hopelijk heeft hij binnenkort nog ‘ns tijd om mij les te geven, want ik had mij nooit kunnen inbeelden dat dressuurles zo leuk kon zijn!
Graag had ik u hier verblijd met enig beeldmateriaal van onze nieuwe stalkat, maar helaas, het heeft niet mogen zijn. Toen ik mij vandaag tegen het aansnijden van het middaguur van mijn kamerjas ontdeed en mij in ‘dagkleren’ wurmde (vrije dag, heet dat, op tijd en stond aangekleed zijn is geen vereiste), troonde Miguel mij mee naar de stal. Daar moest ik namelijk gaan kijken naar “onze nieuwe aanwinst”.
Stilletjes werd er naar een box gegaan, de deur ging op een kier en… niks te zien. “Hoe, waar is hij nu?” “Naar wat zoeken we?” vroeg ik en toen kreeg ik het antwoord want Miguel wees naar een jong katje dat in de raamopening hoog boven de stal zat. Lijfje naar buiten gedraaid. “Het gaat gaan lopen,” zei ik. “Wlad!” riep Miguel. “Geen probleem,” zei Wladimir. Waarop die laatste naar buiten ging, de piste in, om de kat weer binnen te jagen… maar de kat koos het hazenpad en in drie tellen was ze uit het zicht verdwenen. Dag stalkat.
De kat in kwestie was een paar weken geleden aangekomen in de garage waar Miguel de trailer liet repareren en hij had het beestje van daaruit dus meegebracht. Het beestje, én een ontwormkuur, én een zak eten. En aangezien we dat nu toch al hebben, komt er mogelijk een echt jonge kitten. Eentje dat we kunnen conditioneren nog voor het slim genoeg is om te gaan lopen.
Omdat ik u dus de stalkat niet kan laten zien, toon ik u maar mijn french gelakte nagels. Ofte: wat doet een mens op een dag vrij, als het niet warm genoeg is om naar het strand te gaan en als er geen budget is om iets anders te doen. Wel: dit dus.
Let op, ‘t is nu niet dat ik helemaal niks doe op mijn vrije dag hé. Ik fietste naar Santiago om fruit te kopen, draaide twee machines was, ruime op en stofzuigde mijn kamer, ging om mijn post in het winkeltje van meneer Antonio en hing wat rond in het algemeen. Én ik boekte mijn vijf nachten Lagos voor de tweede week van augustus, zeker ook niet onbelangrijk!
Verder heb ik het ook wel verdiend van even niks te doen, want er zitten weer twee weken Bottlenose trail op. In de eerste van die twee weken kreeg ik bezoek vanuit België. An, die mij ook al in Roemenië was komen opzoeken, reed een weekje mee door de Alentejo. Ze deed dat met Mistral, die weer zijn voorbeeldige, schattige, gezapige zelf was. Maar oordeelt u vooral zelf.
An kwam overigens niet met lege handen. Door de ketting ‘Liesbet verzoekt’ – ‘mama schaft aan en overhandigt’ – ‘An vertransporteert’ konden wij op de eerste picknick genieten van likeurpralines met Belgische chocolade. Miguel ging voluit voor de cognac, ik vond de Cointreau en de appelsienenlikeur de beste. Wladimir was blij dat er nog vier in het kistje zaten toen ik weer bij de stal aankwam (dát er nog vier in het kistje zaten, was ook alleen maar te danken aan het feit dat ik ze net op tijd uit Miguels handen kon halen. Hem naast zoiets achterlaten resulteert steevast in een hoop lege papiertjes en geen spoor meer van enige chocolade).
De tweede picknick was er bij de koffie Elixir d’Anvers. Ik had dat nog nooit gedronken, dus het was een beetje een gok, maar het bleek een goede te zijn: iedereen lustte het. Aangezien Miguel liever sterker spul heeft (cfr de cognac uit de pralines) slaagden we erin nog een aanzienlijke hoeveelheid in de fles te laten en kon er dus ook na de picknick van woensdag nog een digestif af. Olé!
Twee keer Bottlenose, dat betekent ook weer twee nieuwe kansen om de dolfijnen te fotograferen. En het blijft verdomd moeilijk! Deze keer slaagde ik er toch al in af en toe eens een kop op de foto te krijgen. Heel af en toe.

(deze laatste is tegenwoordig de achtergrond op mijn computer)
Oh en voor de verstokte rokers die ons altijd vragen of de paarden ‘rookvrij’ zijn? Nopez, ziehier het bewijsmateriaal















U zegt?