Hebt u al eens bedrijfsfilmpjes gemaakt? Ik wel, en ik kan u zeggen dat dat een inspannende en tijdsopslorpende bezigheid is! Vandaag, gisteren en eergisteren waren er draaidagen. Meestal nogal ver van huis (Veurne is meer dan twee uur rijden jandorie) en dus lange dagen. Aan die draaidagen gaat natuurlijk een pak voorbereiding vooraf, en ‘t is ook nog lang niet gedaan want we moeten er nog zeven gaan draaien. Dit maar even om te duiden waarom het hier de laatste tijd zo stilletjes was.

Dit gezegd zijnde, kan ik u vertellen dat het in Portugal alles behalve stilletjes is. Herinnert u zich nog dat ik het had over de castratie van één van de jonge hengstjes? En dat we die andere – de mooie bruine die ik zadelmak ben beginnen maken -  niet konden castreren omdat die zijn ballen in zijn buik zaten?

Wel, die ging dus zoals gepland in december naar de dierenkliniek, waar ze hem zouden in slaap doen en dan de ballen uit zijn buik vissen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want wat bleek? Ze konden die ballen niet vinden! In de buikholte van een paard waar ongetwijfeld niet zoveel in zit dat ze daar nog nooit gezien hebben, konden ze geen paar ballen vinden. Bruintje dus weer als hengst naar huis.

Begin deze week ging hij dan weer naar het ziekenhuis, voor een innovatieve ingreep (de eerste keer in Portugal) met een cameraatje en zowaar, ze vonden de ballen! Ik vond er daarstraks bewijsmateriaal van in mijn mailbox. De ballen zelf ga ik u besparen, maar ik toon u wel even het mooie paardje, onthaard en met plakker maar nog altijd met een mooi koppie en de schattigste oortjes.

Ik heb via mail meteen laten weten dat ze nog ‘ns staartjes moeten maken in zijn manen, want die zien er weer zo springerig uit. En ik had ze net met heel veel moeite plat gekregen. Delegeren van op afstand, ik vind dat plezant :-)

En wel met een rapportje over de bezoekers van deze website in 2011. Bedankt iedereen, op naar een interessant 2012!!

Het is wel in het Engels:

The concert hall at the Syndey Opera House holds 2,700 people. This blog was viewed about 8.500 times in 2011. If it were a concert at Sydney Opera House, it would take about 3 sold-out performances for that many people to see it.

En hier staat het vervolg (klikken).

Het begon met een bericht in De Nieuwe Schakel en met dit kleinood in de Gazet van Antwerpen, en intussen win ik aan bekendheid. Nou ja, niet ik persoonlijk, maar het feit dat ik al hier en daar ben geweest. Zo werd ik een tijdje geleden geïnterviewd voor het meest recente nummer van het Nederlandse blad Paard & Leven. Het blad zelf vond ik intussen in mijn brievenbus, en voor u is het nu hier in pdf. Klik op  ”Roemenië” en ontdek wat u nog niet wist over paardrijden in Roemenië in de sneeuw.

Nou nee, dat klopt eigenlijk niet. Als trouwe volger van mijn blog weet u natuurlijk al alles over paardrijden in Roemenië, maar laat ons zeggen dat het al even geleden is en u dus wel een opfrissing kunt gebruiken, nietwaar?

En voor de liefhebbers van het lichtere genre, kan ik meedelen dat zij binnenkort de Flair mogen kopen. Wanneer weet ik nog niet exact, maar ik zal het zeker laten weten als het zover is. Ik werd al geïnterviewd voor een artikel rond ‘wereldse meisjes’ in dit blad. De fotoshoot volgt volgende week. En weet je wat nou zo leuk is? De styling zal gebeuren door Katleen van lisonstyling.be en dat is toch wel diezelfde Katleen waarmee ik intussen weeral een goed half jaar geleden Lissabon heb verkend! De wereld is echt klein!

Verder kan ik u trouwens ook nog vertellen dat ik zondag voor het eerst in mijn leven een langere buitenrit ga maken in België! ‘t Is een beetje de omgekeerde wereld, maar na galopperen over heuvelruggen in Transsylvanië en door kurkbossen in de Portugese Alentejo, worden het nu zondag gewoon de Kempense bossen. Samen met een lezer van mijn blog die na mijn 10.000ste vermelding van het woord ‘paard’ nu ook zin gekregen heeft om te gaan rijden. ‘k Ben eens benieuwd!

Geen post hier over Kerstavond (mijzelve iets te eten gemaakt en op tijd naar bed) of Kerstdag (geen familiefeest, ‘s morgens wel fijne brunch en ‘s avonds Puissance gaan kijken), want dat doet Iedereen al. En bovendien heeft Iedereen familiefeest en dus meer inspiratie dan ik.

Wel een post over wat er de rest van de week aan het gebeuren is, met name Jumping Mechelen. Een kleine week paardenplezier in de Nekkerhal in Mechelen. Weinig jaren – die waar ik in het buitenland zat niet meegerekend – heb ik dit evenement overgeslagen sinds ik een paardengekke puber was. En nu ben ik er dus weer, ‘voor het werk’.

Eigenlijk is dat niet zo heel onlogisch, als je bekijkt waar ik vandaan kom. Ik neem u even mee terug naar halfweg de jaren negentig. We waren jong en mooi en tiener en Eurosport zat nog gratis op de kabel in de Antwerpse Kempen. De wereldbeker jumping werd toen nog niet gesponsord door Rolex, maar door een of ander automerk… Of iets anders, maar  in elk geval niet door Rolex. Nu goed, niet relevant.

In elk geval… in die tijd zat ik woensdagnamiddag voor Eurosport, kussen onder mijn kont, cursusblok op de salontafel. Balpen in de aanslag om naam van paard en ruiter te noteren, tijd in het basisparcours en tijd in de barrage. Het document kon dan de dag nadien mee naar school voor nabespreking met de eveneens paardengekke vriendin.

Vanavond zit ik weer klaar, balpen in de aanslag. Namen van paard en ruiter noteren, moet ik niet, want in de presssroom  liggen startlijsten klaar. Tijden opschrijven doe ik nog wel, net als bijzonderheden over paard en ruiter en hun carrière. Kwestie van goed voorbereid te zijn als ik na afloop van de wedstrijd de winnaar ga interviewen. Want ja, ik ben nu journaliste en ik versla nu paardensportevenementen. En het is net zo plezant als ik mij had voorgesteld toen ik veertien was!

Ik vraag mij af wanneer het gebeurd is dat we met zijn allen collectief “zwanger” worden. Niet ik hé, maar al de rest. En dan heb ik het ook niet over de lichamelijke toestand zelf, maar over de benaming ervan. Zwanger zijn.

U komt misschien niet uit dezelfde regio als ik, dus u hebt daar mogelijk een andere ervaring mee, maar waar ik vandaan kom, werden mensen vroeger niet zwanger. Ze raakten in verwachting. Of ze gingen een kindje kopen. Maar zwanger? Neen, dat niet. Dat werden mensen op de televisie. Mensen in de straat, die waren in verwachting.

Ik vind het trouwens ook gewoon grappig. “Ik ben zwanger.” Neen, u bent niet zwanger. U bent Carmen of Evi of Yessin. U bent Carmen of Evi of Yessin en u verwacht een kindje. U bent in verwachting, dus. U gaat een kindje krijgen (of ‘kopen’ zoals ze dat dan in mijn mooi dialect zeggen). Maar u bent nog altijd wel uzelf. Of dat mag ik hopen.

Eigenlijk begon het gisteren al, onderweg van het Leuvense naar huis. Telkens ik het gaspedaal losliet, bromde mijn auto en af en toe ging dat gepaard met enig getril. Nu ben ik gewend aan een zachtaardige, kalme en stille Lovely Lancia, dus ik vond dit enigszins verdacht. Het telefoontje naar de garage werd een typisch vrouwelijke situatie: “Goeiedag. Ik zit hier in mijn auto en hij trilt en maakt een verdacht geluid.”

Of ik er eens mee kon langskomen, zodat hij er eens een ritje mee kon doen, zei de mechanieker. Maar de garage zou een half uur later sluiten, en ik was meer dan een half uur rijden verwijderd, dus spraken we af voor de volgende ochtend (vandaag). Zodoende werd vader – nu toch gepensioneerd en immer beschikbaar voor dit soort activiteiten – opgetrommeld om om kwart over zeven vanochtend van autoruil te komen doen. Ik vertrok met zijn lelijke Mitsubishi ASX (kan u plastic zeggen? Zeg dat dan heel vaak na elkaar) en hij deed hetzelfde met de Lovely Lancia.

Aangekomen op het werk besefte ik dat ik vergeten was te melden dat ik een briefje met beschrijving van het probleem in de auto had gelegd. Maar toen ik opbelde kreeg ik de boodschap dat hij Woonplaats nog niet uit was. De auto had namelijk op de ring een wiel verloren. Ja ja, u leest dat goed. De Lovely Lancia stond op de ring op drie wielen. Het vierde zat in de wielkas geklemd, volledig gedisconnecteerd van de auto.

Wat gevloek, een telefoontje en een takelwagen later belandde de Lovely Lancia in de werkplaats, waar ze dus geen testrit meer hoefden te maken en meteen zagen wat het probleem was. De oorzaak was niet meteen duidelijk. Ofwel zou het te maken hebben met de kwaliteit van de bouten, ofwel zouden die bouten niet vast genoeg zijn aangespannen. In de loop van de dag belde ik om te horen wat het geval was: bleek het laatste te zijn.

Nu hadden mijn bezorgde ouders vlak voor mijn terugkeer uit het buitenland de Lovely Lancia laten voorzien van winterbanden. Ze deden dat niet zelf, neen, ze gingen daarmee langs bij een expert met name Autobanden Sooi in Herenthout. De werkman daar is meteen ook de laatste persoon die iets aan de wielen van mijn wagentje gedaan heeft. U kunt dit eenvoudige rekensommetje zelf oplossen, dus doe ik dat niet voor u.

Maar het mag u niet verbazen dat ik met veel vragen naar Autobanden Sooi belde. Daar waren ze formeel. Als het hun fout was, dan had dat wiel er op hun oprijlaan al wel weer afgevallen. Als het een paar weken en goed 500 kilometer later gebeurt, is dat mijn eigen fout. Omdat ik zelf die bouten niet op tijd en stond had aangespannen. Ik, met mijn volle 45 kilo en spierballen om u tegen te zeggen. Ik, die weliswaar niet de beste bestuurder ter wereld ben, maar die wel haar rijbewijs heeft gehaald. Een rijbewijs, in de opleiding waarvoor er NOOIT iemand tegen mij gezegd heeft dat ik (en ik citeer) “zo eens per week, of om de twee weken” moet nakijken of de bouten aan mijn wiel nog genoeg aangespannen zijn, kwestie van dat wiel niet te verliezen.

“Dat is aluminium, dat leeft, zeker met dit weer, daar kunnen wij niks aan doen.” En toen was Autobanden Sooi uitgepraat. En ik bijgevolg ook. Maar als uw wiel morgen van onder uw auto valt, kunt u niet zeggen dat ik u niet gewaarschuwd heb. En oh ja, het is uw schuld, enkel en alleen van u!

Mijn moemoe mag dan wel bijna dood zijn, ze is een heldin. Ik verklaar mij nader. Gisterochtend kregen mijn ouders telefoon van mijn nonkel  (broer van mijn ma en samen met haar het kinderpaar mijner moemoe): dat ze meteen moesten komen, want moemoe dacht dat ze aan het doodgaan was. Het was bijna zover, want ze had al koude voeten, jammerde ze. Als het niet zo erg was, zou het verdorie enorm grappig zijn. Want als koude voeten een teken zijn, ga ik gemiddeld een paar keer per dag dood.

Bon, het mens – 93 jaar – naar het ziekenhuis waar ze tot nader order niet echt iets vonden, behalve dat ze versleten is. Wat op die leeftijd nu ook weer niet zo uitzonderlijk is. Allé, ik denk dat ze niks vonden, want toen ik haar daarstraks opbelde en vroeg wat ze had, zei ze: “ik zeg dat ik aan’t doodgaan ben.” Wat de dokter zei, vroeg ik haar dan. “Niks. Die schrijft alleen dingen op.” Ik zei haar dat ze morgen maar eens moest vragen wat ze had. Ja, dat vond ze wel een goed idee, ging ze doen.

Verder vroeg ik haar of ze alleen lag op de kamer. Nee,  er lag iemand bij: “een andere oude”. En toen klonk ze plots een pak opgewekter en deelde ze enthousiast mede dat haar kamergenote afgelopen nacht uit bed viel. Schrikken dat ze (mijn moemoe) had gedaan. Haar hart zal dan waarschijnlijk niet zo slecht zijn, want onverstoorbaar en koelbloedig drukte ze op het belletje om verplegend personeel op te roepen, bij wijze van hulp.

Dat er een zevental mensen nodig waren om voornoemde kamergenote weer in bed te krijgen, vond moemoe redelijk grappig. Mogelijk omdat ze zelf maar 37 kilo meer weegt en er bij haar ongetwijfeld dus geen zeven mensen gaan nodig zijn, mocht zij naast haar bed belanden. Iets waarvan ik, voor alle duidelijkheid, hoop dat het niet gebeurt. Net zoals ik hoop dat haar tikker het nog lang volhoudt. Misschien moet die kamergenote maar dikwijls uit bed vallen. Dat doet mijn moemoe blijkbaar deugd!

De mens die ooit de stofzuiger heeft uitgevonden, zouden ze moeten stenigen. Of er iets anders mee doen dat erg pijnlijk is, ik ben niet zo creatief in die dingen maar u vindt vast wel iets. Dit maar om te zeggen dat ik stofzuigen haat. HAAT ja. En ik haat niet gemakkelijk iets, want ik vind dat een veel te ongenuanceerd werkwoord om gewoon een vorm van ongenoegen uit te drukken, maar stofzuigen haat ik dus. Hartsgrondig zelfs.

De afgelopen dagen had ik het appartement al flink opgeruimd, teneinde de poetsactiviteiten relatief vlot te laten verlopen. Ik moest vandaag dus nog maar enkel stof afnemen en … ja, stofzuigen. Ik pleeg mij er al eens gemakkelijk van af te maken, door in plaats van voor de stofzuiger voor de Swiffer (of althans het goedkopere supermarkequivalent daarvan) te kiezen. Maar deze keer was dat geen goeie optie. Basil had recent nogal een grote collectie herfstbladeren mee naar binnen gebracht in zijn staart en de restjes daarvan lagen overal verspreid, samen met de haren die hij in de rui kwijt was geraakt. De kapper die mijn haar had geknipt aan mijn eetkamertafel was uiteindelijk doorslaggevend: nu had ik echt geen excuus meer.

De stofzuigactie begon met het in elkaar zetten van het ding: machine, buis, zuigkop. Met wat geduw en gedraai had ik het in elkaar en kon ik naar het meest centrale stopcontact in het appartement om daar aan te sluiten. Dat doe ik omdat ik niet graag vaak van stopcontact verwissel. Uiteindelijk is de draad toch altijd te kort. Of te lang, waardoor ik de stofzuiger erover laat rijden en het ding dan niet meer verder wil. Maar dus nooit goed van lengte. Nu ja. De draad is dan wel lang genoeg om tot achter in de slaapkamer te raken, het beweegbare deel van de buis schoot al bij een eerste beweging los. Om dat nadien nog twee keer te doen. Als de zuigmond al niet de verkeerde richting uit draaide.

En zelfs als alles aan elkaar blijft zitten, vind ik het nog niet handig. Uiteindelijk moet je grote stofplukken nog min of meer in de stofzuiger leiden. Er nonchalant over rijden maakt dat ze mooi blijven liggen waar ze lagen. Idem voor de zilveren confetti die rond mijn kerstboompje op de grond was beland.

Neen, stofzuigen, het is niks voor mij. Enige hoop? Op mijn stofzuiger knipperde af en toe een rood lampje. Ik hoop dat dat een of andere waarschuwing is die het begin van het einde aankondigt. Waarna ik mij zonder gewetensbezwaren zo’n stofzuigerrobot kan aanschaffen die zonder draad en zonder tussenkomst van mijnentwege mijn huis schoon houdt. Dat zou nog eens wat zijn!

Toen ik gisteren de voordeur van het appartementsgebouw probeerde open te doen met de afstandsbediening van de Lovely Lancia wist ik het al: het wordt weer zo’n dag. U weet wel, ZO EEN dag. In een poging om twee minuten later de file achter de vuilniskar te ontwijken, kwam ik terecht achter een rijschoolauto met een overduidelijke beginner aan het stuur. Zo een dag dus.

Op het werk aangekomen vond ik nochtans geen kwade mails in mijn mailbox, niemand zegde afspraken af en toen ik op locatiebezoek moest naar Gingelom vond ik dat – weliswaar met de hulp van TomTom – zonder enig probleem. Ondanks het rotweer leek iedereen zelfs nog op een aanvaardbare manier te rijden, jawel.

Tegen de avond werd ik meer en meer van mening dat het niet om ‘zo’n dag’ ging, maar wel over ‘zo’n ochtend’. Ik moest dat wel geloven, want ‘s avonds zou de kapper langskomen om al mijn haar eraf te knippen. Of toch bijna al mijn haar.

Uitiendelijk werd het ‘achteraan al mijn haar’ en heb ik – wegens onhandelbaarheid en anders helemaal een ramp ‘s morgens – nog een bles mogen houden. We zullen zien hoe ik dat zelf ga kunnen stylen en al, intussen krijgt u al wel een mooie voor-en-na-demonstratie. Voila.

Pas gekapt was de volgende bestemming het verjaardagsfeestje van vriendin H. Geen foto’s want ik had mijn fototoestel weliswaar bij mij, maar het bleef vergeten in mijn jaszak zitten. Ik kan u wel vertellen dat mijn nieuwe mooie rok door iedereen gesmaakt werd. ‘t Is de deze, maar dan in donkerblauwe jeansstof.

En ja, ik zei ‘nieuwe’ ja. En ik weet dat ik die niet had mogen kopen wegens budgettaire beperkingen, maar nood breekt wet. Nood was in dit geval 110 kilometer meerijden naar de verkoop en verliefd worden op deze rok. Hem niet meenemen had een misdaad geweest. En nu gij. (In mijn verdediging kan ik ook nog aandragen dat ik een heel mooi zwart kleedje niet gekocht heb, wegens gezond verstand. Ha)

Afgelopen zaterdag moest ik naar een babyborrel. Ik was nog nooit naar zo’n evenement geweest en wist dus ook niet precies waaraan ik mij kon verwachten, maar in mijn verbeelding is zo’n babyborrel iets dat vrij dicht ligt bij de hel op aarde. Ik verwachtte namelijk – naast de organiserende ouders en hun ‘spruit’, zoals dat tegenwoordig schijnt te heten – veel bijna-ouderparen of ouderparen, vergezeld van hun nageslacht. Dat de feestelijkheden zich in een parochiezaaltje zouden afspelen op een zaterdagnamiddag leek mijn vermoeden enkel maar te bevestigen.

Ik daar dus hooggehakt en kortgerokt naartoe, kwestie van toch zeker niet de indruk te wekken dat ik mij ook al dicht bij het stadium der procreatie bevond. Ik overweeg nog even de hond mee te nemen, maar stel dat dat kind dat een allergie zou hebben. Aangezien tegenwoordig blijkbaar zowat alle kinderen een allergie lijken te hebben. Als ze al geen ADHD hebben of dyslectisch zijn, natuurlijk. Nu goed, ik daar dus naartoe. ‘t Is namelijk zo dat ik dan wel niet zo’n interesse vertoon in personen die nog niet de capaciteit hebben om hun sluitspier te controleren en een gesprek van gemiddelde inhoud te voeren, ik vind het ouderpaar wel tof. Dus wil ik wel eens naar hun kindje gaan zien. ‘Boeleke’, zoals ik dat dan gemakkelijkheidshalve en naar goede Kempense traditie pleeg te noemen.

Parkeerplaats vond ik in Boeregat niet meteen op een legale manier, maar gelukkig is de Lovely Lancia nogal klein en was de oprit van het parochiezaaltje nogal groot, dus kon ik mij daar stationeren zonder in de weg te staan (althans zo werd mij geruststellend verteld toen ik mijn onorthodoxe parkeerplaats aan het nieuwe ouderpaar kenbaar maakte). Verder leek het binnenkomen een beetje op dat van een trouwfeest. U staat in de rij en wacht tot al diegenen voor u hun felicitaties hebben geuit. Dan kust u het koppel en geeft u het pakske af.

Bij mijn binnenkomst hing het kind – naar mijn mening – enigszins vreemd op de arm van de papa, hoofd gedraaid en sja… het zag er mij niet zo comfortabel uit. Dat was het wel, stelden de jonge ouders mij meteen gerust en ook dat hun kind nog andere, vreemdsoortigere, rusthoudingen prefereerde. Het kind in kwestie was stil. Dat vond ik vrij tot zeer positief. Verder waren er inderdaad veel kinderen, die met meegebracht speelgoed en een schminkster kalm werden gehouden. Of toch min of meer.

Er was gratis drank, rijstpap en vlaai. Dat kon ik wel appreciëren, zoals blijkt uit de foto’s, waarvan er niet een is waarop ik mijn mond leeg lijk te hebben. Verder waren er veel mensen – verrassend veel oudere ook – die ik allemaal niet kende. De enigen die ik kenden waren een jong koppeltje dat pas officieel samenwoonde en kinderen de volgende stap vond, een koppel waarvan de vrouwelijke helft een zwangere buik had en een koppel dat hun twee koters (eentje van bijna twee, eentje in maxicosi-formaat, ik weet niet meteen hoe oud ze dan zijn) bij had. Niemand vroeg aan mij “En wanneer gade gij eraan beginnen?”. Wat ik toch enigszins verrassend vond, maar het werd wel geapprecieerd.

En als bewijsmateriaal dat ik dus echt daar was: voilà.

Verder ben ik trouwens heel de week al flink gaan werken en gaan paardrijden. En hoop ik dat de komende dagen nog meer te doen. En vrijdag komt de kapper en gaat al mijn haar eraf. Nu ja, niet AL mijn haar, maar toch bijna alles. Denk Halle Berry of Emma Watson vlak na het einde van de HarryPotterfilms. De kapper meent dat het heel mooi gaat zijn. Ik laat het nog in het midden tot het zover is.

Geef uw e-mailadres in om een abonnement te nemen op deze blog. U krijgt dan automatisch een melding in uw mailbox bij elke nieuwe blogpost.

Join 407 other followers

Kwamen hier al langs:

  • 22,199 mede-ontdekkers

Flickr Photos

Roemenië 1188 (Large)

More Photos
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 407 other followers