You are currently browsing the monthly archive for december 2011.

Geen post hier over Kerstavond (mijzelve iets te eten gemaakt en op tijd naar bed) of Kerstdag (geen familiefeest, ‘s morgens wel fijne brunch en ‘s avonds Puissance gaan kijken), want dat doet Iedereen al. En bovendien heeft Iedereen familiefeest en dus meer inspiratie dan ik.

Wel een post over wat er de rest van de week aan het gebeuren is, met name Jumping Mechelen. Een kleine week paardenplezier in de Nekkerhal in Mechelen. Weinig jaren – die waar ik in het buitenland zat niet meegerekend – heb ik dit evenement overgeslagen sinds ik een paardengekke puber was. En nu ben ik er dus weer, ‘voor het werk’.

Eigenlijk is dat niet zo heel onlogisch, als je bekijkt waar ik vandaan kom. Ik neem u even mee terug naar halfweg de jaren negentig. We waren jong en mooi en tiener en Eurosport zat nog gratis op de kabel in de Antwerpse Kempen. De wereldbeker jumping werd toen nog niet gesponsord door Rolex, maar door een of ander automerk… Of iets anders, maar  in elk geval niet door Rolex. Nu goed, niet relevant.

In elk geval… in die tijd zat ik woensdagnamiddag voor Eurosport, kussen onder mijn kont, cursusblok op de salontafel. Balpen in de aanslag om naam van paard en ruiter te noteren, tijd in het basisparcours en tijd in de barrage. Het document kon dan de dag nadien mee naar school voor nabespreking met de eveneens paardengekke vriendin.

Vanavond zit ik weer klaar, balpen in de aanslag. Namen van paard en ruiter noteren, moet ik niet, want in de presssroom  liggen startlijsten klaar. Tijden opschrijven doe ik nog wel, net als bijzonderheden over paard en ruiter en hun carrière. Kwestie van goed voorbereid te zijn als ik na afloop van de wedstrijd de winnaar ga interviewen. Want ja, ik ben nu journaliste en ik versla nu paardensportevenementen. En het is net zo plezant als ik mij had voorgesteld toen ik veertien was!

Ik vraag mij af wanneer het gebeurd is dat we met zijn allen collectief “zwanger” worden. Niet ik hé, maar al de rest. En dan heb ik het ook niet over de lichamelijke toestand zelf, maar over de benaming ervan. Zwanger zijn.

U komt misschien niet uit dezelfde regio als ik, dus u hebt daar mogelijk een andere ervaring mee, maar waar ik vandaan kom, werden mensen vroeger niet zwanger. Ze raakten in verwachting. Of ze gingen een kindje kopen. Maar zwanger? Neen, dat niet. Dat werden mensen op de televisie. Mensen in de straat, die waren in verwachting.

Ik vind het trouwens ook gewoon grappig. “Ik ben zwanger.” Neen, u bent niet zwanger. U bent Carmen of Evi of Yessin. U bent Carmen of Evi of Yessin en u verwacht een kindje. U bent in verwachting, dus. U gaat een kindje krijgen (of ‘kopen’ zoals ze dat dan in mijn mooi dialect zeggen). Maar u bent nog altijd wel uzelf. Of dat mag ik hopen.

Eigenlijk begon het gisteren al, onderweg van het Leuvense naar huis. Telkens ik het gaspedaal losliet, bromde mijn auto en af en toe ging dat gepaard met enig getril. Nu ben ik gewend aan een zachtaardige, kalme en stille Lovely Lancia, dus ik vond dit enigszins verdacht. Het telefoontje naar de garage werd een typisch vrouwelijke situatie: “Goeiedag. Ik zit hier in mijn auto en hij trilt en maakt een verdacht geluid.”

Of ik er eens mee kon langskomen, zodat hij er eens een ritje mee kon doen, zei de mechanieker. Maar de garage zou een half uur later sluiten, en ik was meer dan een half uur rijden verwijderd, dus spraken we af voor de volgende ochtend (vandaag). Zodoende werd vader – nu toch gepensioneerd en immer beschikbaar voor dit soort activiteiten – opgetrommeld om om kwart over zeven vanochtend van autoruil te komen doen. Ik vertrok met zijn lelijke Mitsubishi ASX (kan u plastic zeggen? Zeg dat dan heel vaak na elkaar) en hij deed hetzelfde met de Lovely Lancia.

Aangekomen op het werk besefte ik dat ik vergeten was te melden dat ik een briefje met beschrijving van het probleem in de auto had gelegd. Maar toen ik opbelde kreeg ik de boodschap dat hij Woonplaats nog niet uit was. De auto had namelijk op de ring een wiel verloren. Ja ja, u leest dat goed. De Lovely Lancia stond op de ring op drie wielen. Het vierde zat in de wielkas geklemd, volledig gedisconnecteerd van de auto.

Wat gevloek, een telefoontje en een takelwagen later belandde de Lovely Lancia in de werkplaats, waar ze dus geen testrit meer hoefden te maken en meteen zagen wat het probleem was. De oorzaak was niet meteen duidelijk. Ofwel zou het te maken hebben met de kwaliteit van de bouten, ofwel zouden die bouten niet vast genoeg zijn aangespannen. In de loop van de dag belde ik om te horen wat het geval was: bleek het laatste te zijn.

Nu hadden mijn bezorgde ouders vlak voor mijn terugkeer uit het buitenland de Lovely Lancia laten voorzien van winterbanden. Ze deden dat niet zelf, neen, ze gingen daarmee langs bij een expert met name Autobanden Sooi in Herenthout. De werkman daar is meteen ook de laatste persoon die iets aan de wielen van mijn wagentje gedaan heeft. U kunt dit eenvoudige rekensommetje zelf oplossen, dus doe ik dat niet voor u.

Maar het mag u niet verbazen dat ik met veel vragen naar Autobanden Sooi belde. Daar waren ze formeel. Als het hun fout was, dan had dat wiel er op hun oprijlaan al wel weer afgevallen. Als het een paar weken en goed 500 kilometer later gebeurt, is dat mijn eigen fout. Omdat ik zelf die bouten niet op tijd en stond had aangespannen. Ik, met mijn volle 45 kilo en spierballen om u tegen te zeggen. Ik, die weliswaar niet de beste bestuurder ter wereld ben, maar die wel haar rijbewijs heeft gehaald. Een rijbewijs, in de opleiding waarvoor er NOOIT iemand tegen mij gezegd heeft dat ik (en ik citeer) “zo eens per week, of om de twee weken” moet nakijken of de bouten aan mijn wiel nog genoeg aangespannen zijn, kwestie van dat wiel niet te verliezen.

“Dat is aluminium, dat leeft, zeker met dit weer, daar kunnen wij niks aan doen.” En toen was Autobanden Sooi uitgepraat. En ik bijgevolg ook. Maar als uw wiel morgen van onder uw auto valt, kunt u niet zeggen dat ik u niet gewaarschuwd heb. En oh ja, het is uw schuld, enkel en alleen van u!

Mijn moemoe mag dan wel bijna dood zijn, ze is een heldin. Ik verklaar mij nader. Gisterochtend kregen mijn ouders telefoon van mijn nonkel  (broer van mijn ma en samen met haar het kinderpaar mijner moemoe): dat ze meteen moesten komen, want moemoe dacht dat ze aan het doodgaan was. Het was bijna zover, want ze had al koude voeten, jammerde ze. Als het niet zo erg was, zou het verdorie enorm grappig zijn. Want als koude voeten een teken zijn, ga ik gemiddeld een paar keer per dag dood.

Bon, het mens – 93 jaar – naar het ziekenhuis waar ze tot nader order niet echt iets vonden, behalve dat ze versleten is. Wat op die leeftijd nu ook weer niet zo uitzonderlijk is. Allé, ik denk dat ze niks vonden, want toen ik haar daarstraks opbelde en vroeg wat ze had, zei ze: “ik zeg dat ik aan’t doodgaan ben.” Wat de dokter zei, vroeg ik haar dan. “Niks. Die schrijft alleen dingen op.” Ik zei haar dat ze morgen maar eens moest vragen wat ze had. Ja, dat vond ze wel een goed idee, ging ze doen.

Verder vroeg ik haar of ze alleen lag op de kamer. Nee,  er lag iemand bij: “een andere oude”. En toen klonk ze plots een pak opgewekter en deelde ze enthousiast mede dat haar kamergenote afgelopen nacht uit bed viel. Schrikken dat ze (mijn moemoe) had gedaan. Haar hart zal dan waarschijnlijk niet zo slecht zijn, want onverstoorbaar en koelbloedig drukte ze op het belletje om verplegend personeel op te roepen, bij wijze van hulp.

Dat er een zevental mensen nodig waren om voornoemde kamergenote weer in bed te krijgen, vond moemoe redelijk grappig. Mogelijk omdat ze zelf maar 37 kilo meer weegt en er bij haar ongetwijfeld dus geen zeven mensen gaan nodig zijn, mocht zij naast haar bed belanden. Iets waarvan ik, voor alle duidelijkheid, hoop dat het niet gebeurt. Net zoals ik hoop dat haar tikker het nog lang volhoudt. Misschien moet die kamergenote maar dikwijls uit bed vallen. Dat doet mijn moemoe blijkbaar deugd!

De mens die ooit de stofzuiger heeft uitgevonden, zouden ze moeten stenigen. Of er iets anders mee doen dat erg pijnlijk is, ik ben niet zo creatief in die dingen maar u vindt vast wel iets. Dit maar om te zeggen dat ik stofzuigen haat. HAAT ja. En ik haat niet gemakkelijk iets, want ik vind dat een veel te ongenuanceerd werkwoord om gewoon een vorm van ongenoegen uit te drukken, maar stofzuigen haat ik dus. Hartsgrondig zelfs.

De afgelopen dagen had ik het appartement al flink opgeruimd, teneinde de poetsactiviteiten relatief vlot te laten verlopen. Ik moest vandaag dus nog maar enkel stof afnemen en … ja, stofzuigen. Ik pleeg mij er al eens gemakkelijk van af te maken, door in plaats van voor de stofzuiger voor de Swiffer (of althans het goedkopere supermarkequivalent daarvan) te kiezen. Maar deze keer was dat geen goeie optie. Basil had recent nogal een grote collectie herfstbladeren mee naar binnen gebracht in zijn staart en de restjes daarvan lagen overal verspreid, samen met de haren die hij in de rui kwijt was geraakt. De kapper die mijn haar had geknipt aan mijn eetkamertafel was uiteindelijk doorslaggevend: nu had ik echt geen excuus meer.

De stofzuigactie begon met het in elkaar zetten van het ding: machine, buis, zuigkop. Met wat geduw en gedraai had ik het in elkaar en kon ik naar het meest centrale stopcontact in het appartement om daar aan te sluiten. Dat doe ik omdat ik niet graag vaak van stopcontact verwissel. Uiteindelijk is de draad toch altijd te kort. Of te lang, waardoor ik de stofzuiger erover laat rijden en het ding dan niet meer verder wil. Maar dus nooit goed van lengte. Nu ja. De draad is dan wel lang genoeg om tot achter in de slaapkamer te raken, het beweegbare deel van de buis schoot al bij een eerste beweging los. Om dat nadien nog twee keer te doen. Als de zuigmond al niet de verkeerde richting uit draaide.

En zelfs als alles aan elkaar blijft zitten, vind ik het nog niet handig. Uiteindelijk moet je grote stofplukken nog min of meer in de stofzuiger leiden. Er nonchalant over rijden maakt dat ze mooi blijven liggen waar ze lagen. Idem voor de zilveren confetti die rond mijn kerstboompje op de grond was beland.

Neen, stofzuigen, het is niks voor mij. Enige hoop? Op mijn stofzuiger knipperde af en toe een rood lampje. Ik hoop dat dat een of andere waarschuwing is die het begin van het einde aankondigt. Waarna ik mij zonder gewetensbezwaren zo’n stofzuigerrobot kan aanschaffen die zonder draad en zonder tussenkomst van mijnentwege mijn huis schoon houdt. Dat zou nog eens wat zijn!

Toen ik gisteren de voordeur van het appartementsgebouw probeerde open te doen met de afstandsbediening van de Lovely Lancia wist ik het al: het wordt weer zo’n dag. U weet wel, ZO EEN dag. In een poging om twee minuten later de file achter de vuilniskar te ontwijken, kwam ik terecht achter een rijschoolauto met een overduidelijke beginner aan het stuur. Zo een dag dus.

Op het werk aangekomen vond ik nochtans geen kwade mails in mijn mailbox, niemand zegde afspraken af en toen ik op locatiebezoek moest naar Gingelom vond ik dat – weliswaar met de hulp van TomTom – zonder enig probleem. Ondanks het rotweer leek iedereen zelfs nog op een aanvaardbare manier te rijden, jawel.

Tegen de avond werd ik meer en meer van mening dat het niet om ‘zo’n dag’ ging, maar wel over ‘zo’n ochtend’. Ik moest dat wel geloven, want ‘s avonds zou de kapper langskomen om al mijn haar eraf te knippen. Of toch bijna al mijn haar.

Uitiendelijk werd het ‘achteraan al mijn haar’ en heb ik – wegens onhandelbaarheid en anders helemaal een ramp ‘s morgens – nog een bles mogen houden. We zullen zien hoe ik dat zelf ga kunnen stylen en al, intussen krijgt u al wel een mooie voor-en-na-demonstratie. Voila.

Pas gekapt was de volgende bestemming het verjaardagsfeestje van vriendin H. Geen foto’s want ik had mijn fototoestel weliswaar bij mij, maar het bleef vergeten in mijn jaszak zitten. Ik kan u wel vertellen dat mijn nieuwe mooie rok door iedereen gesmaakt werd. ‘t Is de deze, maar dan in donkerblauwe jeansstof.

En ja, ik zei ‘nieuwe’ ja. En ik weet dat ik die niet had mogen kopen wegens budgettaire beperkingen, maar nood breekt wet. Nood was in dit geval 110 kilometer meerijden naar de verkoop en verliefd worden op deze rok. Hem niet meenemen had een misdaad geweest. En nu gij. (In mijn verdediging kan ik ook nog aandragen dat ik een heel mooi zwart kleedje niet gekocht heb, wegens gezond verstand. Ha)

Afgelopen zaterdag moest ik naar een babyborrel. Ik was nog nooit naar zo’n evenement geweest en wist dus ook niet precies waaraan ik mij kon verwachten, maar in mijn verbeelding is zo’n babyborrel iets dat vrij dicht ligt bij de hel op aarde. Ik verwachtte namelijk – naast de organiserende ouders en hun ‘spruit’, zoals dat tegenwoordig schijnt te heten – veel bijna-ouderparen of ouderparen, vergezeld van hun nageslacht. Dat de feestelijkheden zich in een parochiezaaltje zouden afspelen op een zaterdagnamiddag leek mijn vermoeden enkel maar te bevestigen.

Ik daar dus hooggehakt en kortgerokt naartoe, kwestie van toch zeker niet de indruk te wekken dat ik mij ook al dicht bij het stadium der procreatie bevond. Ik overweeg nog even de hond mee te nemen, maar stel dat dat kind dat een allergie zou hebben. Aangezien tegenwoordig blijkbaar zowat alle kinderen een allergie lijken te hebben. Als ze al geen ADHD hebben of dyslectisch zijn, natuurlijk. Nu goed, ik daar dus naartoe. ‘t Is namelijk zo dat ik dan wel niet zo’n interesse vertoon in personen die nog niet de capaciteit hebben om hun sluitspier te controleren en een gesprek van gemiddelde inhoud te voeren, ik vind het ouderpaar wel tof. Dus wil ik wel eens naar hun kindje gaan zien. ‘Boeleke’, zoals ik dat dan gemakkelijkheidshalve en naar goede Kempense traditie pleeg te noemen.

Parkeerplaats vond ik in Boeregat niet meteen op een legale manier, maar gelukkig is de Lovely Lancia nogal klein en was de oprit van het parochiezaaltje nogal groot, dus kon ik mij daar stationeren zonder in de weg te staan (althans zo werd mij geruststellend verteld toen ik mijn onorthodoxe parkeerplaats aan het nieuwe ouderpaar kenbaar maakte). Verder leek het binnenkomen een beetje op dat van een trouwfeest. U staat in de rij en wacht tot al diegenen voor u hun felicitaties hebben geuit. Dan kust u het koppel en geeft u het pakske af.

Bij mijn binnenkomst hing het kind – naar mijn mening – enigszins vreemd op de arm van de papa, hoofd gedraaid en sja… het zag er mij niet zo comfortabel uit. Dat was het wel, stelden de jonge ouders mij meteen gerust en ook dat hun kind nog andere, vreemdsoortigere, rusthoudingen prefereerde. Het kind in kwestie was stil. Dat vond ik vrij tot zeer positief. Verder waren er inderdaad veel kinderen, die met meegebracht speelgoed en een schminkster kalm werden gehouden. Of toch min of meer.

Er was gratis drank, rijstpap en vlaai. Dat kon ik wel appreciëren, zoals blijkt uit de foto’s, waarvan er niet een is waarop ik mijn mond leeg lijk te hebben. Verder waren er veel mensen – verrassend veel oudere ook – die ik allemaal niet kende. De enigen die ik kenden waren een jong koppeltje dat pas officieel samenwoonde en kinderen de volgende stap vond, een koppel waarvan de vrouwelijke helft een zwangere buik had en een koppel dat hun twee koters (eentje van bijna twee, eentje in maxicosi-formaat, ik weet niet meteen hoe oud ze dan zijn) bij had. Niemand vroeg aan mij “En wanneer gade gij eraan beginnen?”. Wat ik toch enigszins verrassend vond, maar het werd wel geapprecieerd.

En als bewijsmateriaal dat ik dus echt daar was: voilà.

Verder ben ik trouwens heel de week al flink gaan werken en gaan paardrijden. En hoop ik dat de komende dagen nog meer te doen. En vrijdag komt de kapper en gaat al mijn haar eraf. Nu ja, niet AL mijn haar, maar toch bijna alles. Denk Halle Berry of Emma Watson vlak na het einde van de HarryPotterfilms. De kapper meent dat het heel mooi gaat zijn. Ik laat het nog in het midden tot het zover is.

Eten en drinken is meestal nogal een populaire categorie op deze webstek. En wie mij een beetje kent, weet dat ik mijzelf in deze categorie de afgelopen week niet tekort gedaan heb. Wat ik vergeten ben, is om fotografisch bewijsmateriaal te leveren bij mijn exploten. Dus u zult het met mijn verhalende capaciteiten moeten stellen.

Eigenlijk begon het vorige donderdag al, met de pensioenreceptie van mijn vader. Om kwart over drie kreeg ik telefoon, dat ik ook mocht komen. Ik moest mij wel haasten, want het was al bezig, ze waren mij alleen vergeten uit te nodigen. Jaja. Nu goed, de toespraken waren al gepasseerd toen ik aankwam, de hapjes en belegde broodjes gelukkig nog niet. Olé!

De dag nadien, vrijdag, ging ik uit eten met Kathleen. We gingen naar De Zalm in Herentals, waar ik als hoofdgerecht het hammetje koos. Dat bleek nogal een serieuze ham te zijn, waardoor ik mijn vanille-ijs deels aan mij voorbij moest laten gaan. Honger heb ik in elk geval niet geleden.

Zaterdag bleef ik gezellig thuis – het kan niet alle dagen feest zijn – maar zondag was het weer prijs, dit keer met Kim in Brasserie Flore in Geel. Het was de eerste keer dat ik daar kwam en het eten viel er zeer goed mee. Mijn vis was njamnjam, maar de exacte details kan ik mij niet meer herinneren. Dat is ook niet erg, want ik wil het vooral hebben over mijn dessert. Ik koos sabayon met vers fruit en een bolletje ijs. En ik kreeg een kom sabayon. Een KOM! Als in: u hebt honger en bestelt ergens een maaltijdsoep en u krijgt MINDER soep in uw kom, dan ik sabayon kreeg in de mijne. En neen, ik overdrijf niet. ‘t Was bijzonder lekker, maar wederom kreeg ik het dus niet op.

Maandag (ja ja, we blijven gaan) ging het tot bij Lusia thuis, die voor mij loempiaatjes maakte, met rijst en currysaus. Njam njam! Dinsdag had ik dan afgesproken met Mario in de Posterijen in Herentals (die voor zover ik weet geen website hebben, dus ik kan u die ook niet meegeven. Maar ‘t is gelegen op de Grote Markt, voor het geval u zoekende zou zijn). Ik wou mij toch lichtjes inhouden, en ging daarom voor vegetarische wok en kan u dat ten zeerste aanbevelen.

Woensdag moest ik weliswaar nergens naartoe, maar belandde ik – echt waar – toevallig rond etenstijd in Hotel Mama en schoof ik daar dus de benen onder tafel voor onvervalste boerenkost (patatjes, vlees, groentjes en een chocolade manneke toe). En gisteren ten slotte, ging ik langs bij Maya die mij voorzag van een flinke kom pasta (ik denk dat het type ‘ravioli’ heet) met kip en kaas. Deze keer was ik wel slim genoeg om voor het dessert te bedanken.

En vandaag? Vandaag geen eetplannen. Maar geen nood, want het was markt en het viskraam was er met zijn goddelijke huisgemaakte zalmlasagne. En die kun je mij dus elke dag voorschotelen, zo fantastisch!

Ik heb vandaag trouwens meer gedaan dan enkel naar de markt gaan. Nadat iedereen op Twitter en Facebook al uitgebreid aan het kerstboomversieren leek, vond ik dat ik er ook maar eens werk moest van maken. De rode glitterkerstboom werd vrij snel gevonden. Enige versiering niet, dus het moet maar zonder. Ik heb er wel wat kaarsjes bij gezet, glitterconfetti rond gegooid en er is zelfs al een eerste kaartje. Het seizoen is begonnen. Jingle bells, jingle bells …

 

U weet dat ik niet vies ben van een beetje commercie af en toe. Of reclame, hoe u het ook wilt noemen. En daarom deel ik u met veel vreugde mede, dat het grote liefde is tussen mij en mijn nieuwe iMac. Want ja, ik had dus een nieuwe computer nodig. De enige nog min of meer werkende computerachtige in mijn omgeving, was mijn Asus EEEpc. En hoewel het kleinood heel goed zijn best doet, begint het de eerste tekenen van verval te tonen. Om nog maar te zwijgen over het zakformaat dat niet zo handig is voor wie professioneel gedurende lange tijd aan de computer moet werken.

En na een heel positieve ervaring met de iMac van Dolly in Australië, zou het dus een Apple worden. Eerst dacht ik nog aan een laptop, maar uiteindelijk koos ik dus toch voor de desktop. En ik heb daar nog geen moment spijt van gehad. ‘Ze’ zeggen altijd wel dat Apple zo intuïtief en gebruiksvriendelijk is en al, en dat is dus ook waar. Kreeg ik vanochtend enkele foto’s toegestuurd, maar vond ik niet hoe ik ze op mijn kleine computertje moest krijgen, deed de iMac dat probleemloos voor mij.

Ik ken nog lang niet alles, en ik weet van veel nog niet hoe het werkt, maar ik heb toch al wat gespeeld met iMovie, met volgend resultaat:

De muis is trouwens ook zo leuk. En nu ik heb schuiven om ‘back’ te gaan op een webpagina doorheb, is ze behalve leuk ook echt superhandig! Ik kan hier nu nog wel wat blijven leuteren over mijn nieuw speelgoed, maar het belangrijkste is: het werkt. (zelfs al vind ik niet hoe ik rechte haken moet doen en erfrecht mijn internet niet al sik op F5 druk…)

Ik werk trouwens ook! Nu nog niet, maar het zit eraan te komen. In januari zal ik mij bezig houden met de productie van enkele kortere filmpjes voor een klant van de productiecel van RTV. Veel weet ik er nog niet van, maar ik weet wel dat ik er zin in heb: het gaat ongetwijfeld leuk worden! Binnenkort briefing…

Nu zondag werk ik trouwens ook voor RTV, maar dan op de nieuwsredactie. En tussen Kerst en Nieuw ook. Dan maak ik enkele specials voor Jumping Mechelen. Dat noemen ze het nuttige aan het aangenamen koppelen.

Verder heb ik best wel last om mij aan te passen aan het weer hier. Ik ben op zoek naar een paardje om mee te rijden en in die zoektocht heb ik weliswaar al zon gehad, maar ook veel wind en een onverwachte hagelbui. En dat ook alleen maar omdat ik tussen de regenbuien door heb gemikt. Neen, neen, niks voor mij. Geef mij maar het Portugese zonnetje!

Tenho saudades. Zoek dat maar ‘ns op, want vertalen kan ik het niet. Dat heeft minder te maken met mijn onkunde, dan met het feit dat het een onvertaalbaar woord is. ‘Melancholie’ en ‘heimwee’ gaan wel in de richting, maar exact zijn ze niet. Want saudade, dat bestaat alleen maar in het Portugees. En nu weet ik waarom. ‘t Is een gevoel dat je ook alleen maar na Portugal kunt hebben. Ik ben nog in geen enkel land geweest dat zo onder je vel kruipt en er hardnekkig blijft zitten. En ik blijkbaar niet alleen, als er zelfs al een woord voor bestaat…

Nu zit ik natuurlijk ook niet de hele tijd in mijn bed te treuren (vaak wel, dat geef ik toe ;-) ), ik doe ook wel wat. Vorige week nam ik het ambitieuze plan op te gaan joggen, maar dat werd na één poging al afgevoerd. 25 minuten, en ik dacht dat ik er minstens 45 had gelopen. En voelde mij alsof ik net een marathon had uitgelopen (en daarmee doel ik dus niet op de euforie, wél op de vermoeidheid). Nee, zo sporten, het is en blijft niks voor mij.

Natuurlijk zijn er ook wel iets succesvoller nummers. Zo ben ik al een paardje gaan uitproberen (en volgende week volgen er nog een paar) waar ik eventueel mee aan de slag kan, kwestie van niet helemaal stijf en stram te zijn tegen dat ik in mei weer op trail ga. Ik heb ook tijd genoeg om vrienden te zien en daar lekker mee te gaan eten. En natuurlijk is er nu extra veel quality time voor Basilleke. Mister Pluimstaart speelt nog altijd graag, en poseert nog altijd niet graag.

Verder ben ik ook nog op zoek naar deeltijds werk. Ik weet het, ik had gezegd dat ik mijzelf een half jaar zou geven om te zien hoe het gaat met het freelancen. En dat ik dan pas zou kijken of ik een vol- of deeltijdse baan nodig zou hebben om rond te komen. Maar dat afwachten, dat blijkt toch zo mijn stijl niet te zijn. Dus zoek ik nu een deeltijdse job in de buurt, om met dat freelancen te combineren. Wie ideetjes heeft, moet zich vooral niet inhouden die met mij te delen!

Eén van de grote voordelen van in België zijn in plaats van in Portugal (ze zijn schaars, maar ze bestaan), is dat de Sint hier komt. Nu heeft de Sint in Portugal vorige week ook wel een lading Belgische chocola afgeleverd, maar dat was na een hint van mij, dus dat telt even niet. Maar goed, in België komt hij dus wel. U had misschien al gemerkt dat ik op deze website een verlanglijstje had toegevoegd, en de Brave Man heeft goed gelezen! Want toen ik zaterdag na een sollicitatiegesprek weer thuis kwam, stonden er pakjes!

Natuurlijk was er ook een pakje voor de tweedebraafste thuis. Ik heb geholpen met het uitpakken, Basil is nu een grote zak koekjes rijker. Behalve dat hij goed kan lezen, beschikt de Goedheilige Man blijkbaar ook over een goeie parate kennis met betrekking tot de brave kindertjes…

 

Geef uw e-mailadres in om een abonnement te nemen op deze blog. U krijgt dan automatisch een melding in uw mailbox bij elke nieuwe blogpost.

Join 407 other followers

Kwamen hier al langs:

  • 22,199 mede-ontdekkers

Flickr Photos

Roemenië 1188 (Large)

More Photos
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 407 other followers