(geschreven op zaterdagavond)

Met een glaasje witte huiswijn (voor één euro, en het is natuurlijk goeie) zit ik op een bankje bij hotel Monte das Faias. Het laatste hotel van de Bottlenose trail. De laatste avond van deze trail ook. Een trail die aansloot op de Dolphin trail. Om maar te zeggen dat ik moe ben. En dat ik het druk gehad heb. Dagenvanzestienuur-druk. (nee dat is niet overdreven. Opstaan om vier om om vijf uur bij de paarden te zijn voor de strandrit, een hele dag werken en dan ‘s avonds nog met de klanten naar het restaurant moeten gaan leveren deze rekensom op. En zelfs nog meer, maar ik nam een uur siesta tussen halfelf en halftwaalf.).

Om te beginnen startte ik al niet super-uitgerust aan deze trailweken. Ik had de week voordien wel vrij gehad, maar had deze gespendeerd in Lissabon en te paard. Laten we beginnen met Lissabon.

Lissabon Lissabon. De verwachtingen waren hoog gespannen, en Lissabon loste ze ook in, hoewel ik er meteen kan bij vertellen dat het niet zo’n coup de foudre was als bij Évora, dat nog altijd met stip op één staat in mijn lijstje van favoriete Portugese steden.

Maandag bracht Miguel mij naar het busstation (handig, een baas die ook taxi speelt) en met de expresbus ging het dan naar de stad. Ik had er afgesproken met Filip en Katleen die toevallig ook net dan in de stad waren: jeej!

We aten een hapje, snoepten Pasteis de Belèm (eigenlijk zijn dat gewone pasteis de nata, maar dan wel heel bekende en hele lekkere), keken wat rond in Belèm, namen de bus weer naar het centrum, ontmoetten de Duitse Charlie (op trail geweest en studerend in Lissabon) die mijn host zou zijn voor de komende dagen en met ons vieren sloten we de dag af in een restaurant in Bairro Alto: zeeeer lekker!


Praça de Comércio


Ik en Katleen voor
Pastéis de Belém.


Zo ziet zo’n
Pastel de Belém er dus uit.


Fotootjes nemen in Belém.


Filip  en Katleen op de
Torre de Belém.


Ik op
Torre de Belém. Ponte de 25 Abril in de achtergrond.

De volgende twee dagen deed ik met Charlie nog zowat alle mooie en typisch toeristisen plekjes van de stad aan. En ik kocht een kleedje, want Charlie vond dat ik niet uit Lissabon kon terugkomen zonder dat ik wat moois had gekocht. Ik vond dat ze gelijk had.


Charlie op het Castelo.


Versieringen voor het feest van San António, dat een paar dagen later plaatsvond.

De dag nadien was gevuld met paardjes. Ik reed met Benjamin (jeej!), Universo (bleek helemaal mijn type), Alibi (ondanks dat ik dat geen leukerd vind, moet ik toegeven dat hij aangenaam is om mee te rijden) en Nikita (niets slechts over te zeggen, maar wegens hoge verwachtingen toch een lichte tegenvaller: ze was maar gewoontjes).

De dag daarna deed ik er nog een paar paardjes bij: Mistral (kende ik al) en Abraço (groot dus niet mijn type, maar aangename gangen). En toen had mijn kont het zowat helemaal begeven en ben ik overgeschakeld op longeren en wassen en dat soort gedoe, waarvoor zitten geen vereiste is.

(wordt vervolgd…)